Juf, je veter zit al weer (voor de 20e keer) los: 1 april!

Het is eind maart…Al enige dagen komen de kinderen ’s morgens rustig de klas binnen.
In een grote kooi op de kast zitten nl twee felgekleurde parkieten; een blauwwitte, Leonidas genaamd, naar een van de voetbalclubs van de kinderen, waarin met blauwwitte shirts wordt gevoetbald en een groene, Groentje genaamd.In de kooi hangt ook een nesthokje en sinds een week krui
pt Groentje, het vrouwtje, steeds het hokje in en uit, wat er volgens een van de kinderen op duidt dat zij eitjes wil gaan leggen.
De vogels hebben hier voor een rustige omgeving nodig. Dit is dan ook de reden dat de kinderen zich al gedurende enkele dagen rustig proberen te gedragen in de klas.Bartje draagt de zorg voor de diertjes. Alleen hij mag elke dag tussen de middag even in het nestkastje kijken of er al een eitje ligt. Hij zet dan omzichtig onder de ogen van de overige 31 kinderen, eerst zijn stoel op zijn tafel; daarna stapt hij via zijn tafel op zijn stoel en dan op de kast. Zo kan hij precies met één hand het dakje van het nestkastje voorzichtig openschuiven en naar binnen gluren.Tot op dat moment nog zonder resultaat….Dan is het …1 april.1 april op school is voor veel leerkrachten een vermoeiende, soms irritante dag. Voor schooltijd begint het voor mij al met: ”Juf, je veter zit los..” Ik kijk argeloos naar mijn schoenen “1 apriiiillll “. Gieren, brullen van het lachen. ”Juf er zit een vlek op je jurk…”. Weer kijk ik automatisch naar mijn kleding en weer klinkt het:”1 apriiiilll”. Tegen dat we het lokaal bereikt hebben ben ik er al diverse keren ingelopen.Na de vraag van een kind uit een andere klas die voor zijn leraar, mijn collega, de map van het 5e kwartaal komt halen, roep ik wanhopig: “Jongens, verzin nou eens iets echt leuks. Je moet een grap verzinnen die je, als je goed nadenkt, door kan hebben!Voor de dag om is zal ik jullie te pakken nemen” beloof ik. De klas joelt.

Ik pieker me suf. Wat zal ik nu eens verzinnen. Dan valt mijn oog op de kooi met parkieten.
In de pauze ga ik snel naar het keukentje en neem een ei uit de koelkast. (Op de eieren van toen stond nog een stempel die de grootte van het ei aanduidde.) Ik leg het grote kippenei in het nesthokje van de parkieten met het stempel naar boven. Het past er net in.

De klas komt binnen. Als iedereen zit staat Bartje plechtig op en zet zijn stoel op zijn tafel.

Iedereen volgt het dagelijkse ritueel.
Bartje opent het nestkastje… Hij deinst achteruit en glijdt langs de stoel naar beneden.: “Juf..
een ei, een vr..vr..eeslijk groot ei..!!”stamelt hij trillend. De kinderen houden hun adem in.
“Hebben ze een eitje gelegd, Bartje? “vraag ik vriendelijk. Hij knikt. “Jongens, dan zullen we vanaf nu heel stil moeten zijn…”
De middag verloopt in grote stilte. Zodra een kind iets te hard praat of iets luidruchtig laat vallen, klinkt er een gesis. “Stil, de vogels…!!!”
Ook Groentje zit stil op zijn stokje, maar dat valt alleen mij op.

Dan gaat de schoolbel.
“Jongens,” zeg ik wanneer iedereen klaar zit om op te staan: “Jullie zijn er allemaal ingelopen, ha…ha…1 april..!!!!”
Met vragende ogen kijken ze mij aan. Ik wijs alleen maar naar de kooi. “Parkietjes, leggen eitjes van 1 cm en zeker niet met stempel, Bart.!”
Oh’s en ah’s; stompen en duwen ..”Wat gemeen, wat gemeen…!”
Bart haalt het ei uit het nest en laat het de klas zien. Hij doet nog even of hij het ei naar mijn hoofd wil gooien. De klas druipt af.

Ik grinnik nog na als ik de schooldeur achter me afsluit.
Dan krijg ik een tikje op mijn schouder met een: “ Juf, u verliest uw sleutels..!” Ik kijk op straat, voel gelijk in mijn zak en draai me om.
Daar staat Bart. Hij roept met een stralend gezicht: “1 April!”
Lachend maar ook een beetje knarsetandend verlaat ik het schoolplein.
1 April, wat een r…dag.

Reacties zijn gesloten.