Er zijn grote verschillen in de mate waarin men verstandelijk gehandicapt is

A – Van geheel niet wetend (animaal). ZO leert men b.v. innerlijke ootmoed in vele vormen (neerschikkend bij wat is), innerlijke terughouding in het bijzijn van anderen (anders wilsopleggend) geestelijke overgave aan een proces van tijdelijke teruggang in wat innerlijk actief is; dit heeft innerlijk hoogwaardig gedrag tot gevolg.

B – Personen die meedelen via beperktheid; wel wat intellect; het beeldend vermogen ontbreekt (veel herhaling); ongezien (niet kunnen wat anderen kunnen); wat zij innerlijk wensen kunnen zij uiterlijk niet waarmaken (zoals anderen), (spreken over iets in plaats van vanuit); lering: terughouding; ongeduld leidt tot verstoring; opkijken naar anderen vernieuwt het zelfbeeld.

C – Personen die geluiden uitstoten en handelingen verrichten. Hierdoor richten mensen zich naar hen; zij willen aandacht op een wijze die verschilt van wat hen wordt aangereikt. Zij reageren veelal later, nadat de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden; coördinatie van denken en voelen ontbreekt; afwachting en afhankelijkheid.

(Zie volgende kolom)


(Vervolg)

Alleen binnen volledige geestelijke rust, vinden deze personen inzicht. Zij moeten terughouding leren; leren begrip te hebben voor de ontwikkeling van anderen (dieplerend zich schikken); zo worden zij gevoelig voor eigen gedragingen; in de toekomst meer nauwgezet handelen, dus innerlijke toewijding vanuit ondergeschikt zijn; innerlijke zorgvuldigheid naar anderen in het waarnemen zonder zich te laten gelden. Leren wachten op de inbreng van anderen tot welzijn van zichzelf.

D – Verstandelijk gehandicapte die zeer muzikaal is, kan zich niet in gedachten uitdrukken; alleen binnen muziekuitingen; zuiverheid in authentieke beleving ook voor anderen; stil-luisterend zijn binnen zelfbeschouwing; leren zich te uiten op niet-verbale wijze en zich uiterlijk zeker te voelen.

Anna Lamb

Reacties zijn gesloten.