Hoe gaan we het beste met verstandelijk gehandicapten om?

Verstandelijk gehandicapte kinderen willen gezien worden als mens; maar velen van hen zijn hierin dikwijls erg teleurgesteld. Zij trekken zich dan terug uit gesprekken omdat zij bemerken dat zij niet kunnen verwoorden wat hen innerlijk bezighoudt. Zij moeten daarom extra steun hebben en gerust gesteld worden door hen te tonen dat zij toch aan iedereen gelijk zijn. Ook zouden zij regelmatig in het middelpunt van de belangstelling moeten staan en volledige aandacht krijgen.

Met hen zouden wij niet alleen verbaal moeten communiceren. Zij zijn vaak zeer fijngevoelig en zouden daarom met eveneens fijn gevoelige mensen diepgaand contact moeten hebben op een non-verbale wijze.
Verstandelijk gehandicapten willen graag allerlei handelingen zelf verrichten, maar wanneer zij naar de snelle vaardige handelingen van begeleiders kijken om deze handelingen ook zelf aan te leren, worden zij vaak ontmoedigd. Zij voelen zichzelf daartoe niet in staat.

Met geduld zouden begeleiders deze mensen hun handelwijzen zelf kunnen laten ontwikkelen. Daartoe kunnen verstandelijk gehandicapten met een liefdevolle blik worden uitgenodigd, om daarna in rust en afwachting zelf het tempo te bepalen. Dan voelt de verstandelijk gehandicapte het vertrouwen toenemen om zelf te handelen. De persoon wordt dan als het ware opgetild boven zijn eigen, vermeende kunnen uit.

Zo geeft een begeleider zijn energie in ondergeschiktheid aan de bereidheid tot handelen van de verstandelijk gehandicapt en kan deze worden uitgenodigd krachtig te zijn naar eigen kunnen in de stoffelijke werkelijkheid, maar op zijn manier. Dit is hulpverlening die boven de grenzen van het normale dagelijkse verkeer tussen mensen uitgaat.

(Zie volgende kolom)


(Vervolg)
In de natuur wordt de verstandelijk gehandicapte geaccepteerd op een dieper niveau. Ook vindt in de natuur communicatie plaats op een fijngevoelig niveau. Dieren zijn hierin zeer belangrijk; zij reageren immers zeer fijngevoelig op gedragskenmerken van de mens. Vogelgeluiden activeren innerlijke rust in hen. Een vogel doet hen herinneren aan innerlijke vrijheid, die wel in hen aanwezig is, maar ongezien. Innerlijke vrijheid kan zich immers alleen innerlijk tonen.

Zij hebben ook veel behoefte aan lichaamsstreling. Hierdoor worden zij innerlijk bevestigd en bemoedigd. Tevens geeft dit rust. Zo helpt het hen hun handicap te aanvaarden. Zij voelen zich wezenlijk gezien en deze handelingen bevestigen de rijkdom waarvan zij weten dat deze in hen is. (Wanneer de persoon dit niet wil, dan niets forceren.)

Dikwijls is de lichaamsstreling in de gehandicapte zorg een truc om hen rustig te houden en is dan niet liefdevol gericht, niet zuiver van aard.
Het komt nog al eens voor dat begeleiders het gevoel hebben dit werk niet aan te kunnen. De verstandelijk gehandicapte raakt vaak heel diep de belevingswereld van de hulpverlener aan. Daarom zouden toekomstige hulpverleners geholpen moeten worden om te zien of zij zo’n taak wel aan kunnen.

Wij zouden verstandelijk gehandicapten moeten behandelen als bijzondere mensen. Nu worden zij vaak door “normale” mensen afstandelijk toegesproken. Begeleiding moet b.v. communicatie met de verstandelijk gehandicapte als doel zien, waarbij het delen essentieel is. Alleen aan het kind zelf is te bemerken wat het in essentie wil delen; dit delen is vaak diepgaander dan bij “normale” kinderen gebeurt. In een normale ontwikkeling kan veel gedeeld worden en is de essentie minder nadrukkelijk aanwezig.

Anna Lamb

Reacties zijn gesloten.