Vernieuwend onderwijs

De kinderen van nu

De kinderen van nu bezitten al vaak meer kennis van het wezen van het geestelijke in zichzelf.

Zij komen in een wereld die steeds meer gericht is op materiële waarden en deze zijn vaak als belangrijkste doelen in de opvoeding gesteld; denk aan het behalen van hoge cijfers, diploma’s, het verkrijgen van een “goede” baan…..

En in de kinderen van nu is het bewustzijn een onafhankelijk, uniek en geestelijk mens te zijn, sterk aanwezig.
Zij ervaren dit in iedereen en in alles.

Immers, de mens is voor alles een geestelijk wezen en onze kinderen hebben met het geestelijke in zichzelf al een veel directere verbinding.

Kinderen vragen op diep niveau zichzelf te mogen zijn.
Dit krijgen ze door acceptatie te ervaren via de buitenwereld, in eerste instantie via de ouders.

Dit veilige gevoel ontstaat dus in henzelf, maar wordt wel of niet gestimuleerd door het gedrag van ouders en opvoeders.

De opvoeder zou het kind bij zijn innerlijk weten kunnen brengen.
Dit gebeurt door het te leren naar zijn diepere impulsen te kijken.

Echter wanneer het kind innerlijk onzeker is en dan ook nog eens door het gedrag van volwassenen hierin wordt bevestigd, dwaalt het af van het contact met zijn innerlijke essentie.

Onze essentie voedt ons met impulsen. Elke impuls toont iets.

We moeten ons dus naar het kind richten; op de wensen, die het vanuit zijn innerlijke ontvangt, of weer met hem teruggaan naar zijn oorspronkelijke wensen.

Vaak is het innerlijk wanhopig, afgescheiden te zijn van het contact met zijn innerlijke essentie, de directe bron van informatie, die weer verbinding heeft met zijn levensopdracht.

Problemen komen vaak voort uit de behoefte zich veilig en zeker te voelen in zichzelf.

Het kind kan handelen vanuit het innerlijk weten wat het op aarde moet verwezenlijken. Men kan het kind hier opnieuw op richten.

Veel kinderen van nu vertonen afwijkend gedrag; zijn vaak niet of nauwelijks aanspreekbaar.

Hierdoor denken ouders en opvoeders vaak dat zij tekort schieten in hun opvoeding, maar de werkelijke reden is dat veel kinderen van nu met een ander bewustzijn geboren worden.

De opvoeding die wij kregen lijkt niet meer te werken bij deze kinderen.

De vorm van hun persoonlijkheid dwingt ons ons op hen af te stemmen.

Ouders en opvoeders en andere volwassenen zullen vaak hun inzichten moeten bijstellen om deze kinderen goed te kunnen begrijpen en te begeleiden.

Wij zullen dus moeten veranderen en wel collectief.

Om te beginnen zal onze houding in het leven meer geestelijk gericht dienen te zijn.

De opvoeding van deze kinderen dwingt ons te veranderen door naar diepere waarden en waarheden op zoek te gaan, want pas dan zullen we het kind goed kunnen begrijpen en begeleiden.

Het is van groot belang dat ieder mens, dus ieder kind, van jongs af aan leert open te staan voor zijn innerlijk gevoelde wensen en impulsen en daar ook trouw aan mag zijn.

Natuurlijk heb ik het hier niet over de regels en regeltjes uit het dagelijks leven.

Het kind moet deze juist leren hanteren om sturing en steun te bieden in zijn leven waarbinnen dan allerlei processen kunnen plaats vinden.

Anders zou het volkomen stuurloos worden.

Ik denk hierbij aan zaken als op tijd naar bed gaan; het bord leeg eten…

Het kind moet ook leren te aanvaarden dat wat het is… alles is wat het in dit leven nodig heeft.

Zo kan het kind uiteindelijk tot overgave aan zijn leven gebracht worden; vrede hebben met z’n leven; vrede met zichzelf, in overgave, door te gaan beseffen dat het leven en hij zelf precies goed is, zoals het is.

Nu wordt het kind dikwijls naar vergroting van zijn persoonlijkheid getrokken; het wordt dikwijls gestimuleerd de mooiste, de knapste, de pienterste en succesvolste te worden.

De opvoeder dient het kind te tonen dat alles wat het in dit leven voor zijn groeiproces nodig heeft al in hem aanwezig is.

Zo wordt het uiteindelijk tot vertrouwen in het leven gebracht en vooral tot vertrouwen in zichzelf.

Maar het moet ook leren dat wat in hem is, opnieuw bewust gemaakt kan worden, want dit brengt hem tot trouw aan zichzelf en maakt bevestiging van buitenaf zelfs ondergeschikt.

Alleen zo krijgt het echt zelfvertrouwen.

Volwassenen zijn snel geneigd vanuit een bepaalde hoogmoed zich naar kinderen te richten. Zij denken het allemaal al te weten.

Dit is in zekere zin wel zo als het de aardse wetten, regels en processen betreft, zoals regels in het verkeer, thuis of op school, maar niet waar, wat de innerlijke kennis aangaat.

Deze is verbonden met de impulsen vanuit het innerlijk weten, de essentie van de mens, die zich uit in verlangens, wensen en meningen.

Die kennis is feitelijk verbonden met de oorspronkelijke afkomst van vóór dit leven en bevat kennis en ontwikkeling die door anderen dikwijls niet herkend kan worden en daardoor wordt onderschat.

In onze gedachtegang, dus ook in die van kinderen komt dit alles tot uiting.
Let maar eens op de vragen die in jezelf en in kinderen naar boven komen.

Neem ze serieus, word ze je bewust, uit ze en stimuleer ook de kinderen dit te doen.

Die vragen zijn oproepen vanuit het onderbewuste om de kennis
die in ons en in ieder ander aanwezig is te verkennen, te verdiepen en te verbreden.

De ziel wenst niet passief te rusten in de kennis die zij al heeft.
Door ons, vooral luisterend naar kinderen, af te vragen hoe die kennis in elkaar zit, helpen we onszelf en de kinderen zichzelf te leren kennen.

Het is net of ook wij, de opvoeders eerst de goedkeuring van buitenaf afwachten.

Aan iedere relatie en zeker aan die van kind en volwassene ligt een gemeenschappelijk doel ten grondslag: een gezamenlijk ontwikkelingsprogramma in relatie met elkaar.

Dat programma kan optimaal worden aangegaan.

Kinderen van nu nodigen ook ons, opvoeders, uit de diepte in te gaan in onszelf; daar liggen de antwoorden op ons gedrag.

De kinderen vragen ons dus vanuit bewustwording de processen met hen aan te gaan.

Zij vormen een grote uitdaging onszelf aan te zien, opdat wij hen kunnen aanzien vanuit bewustzijn in gelijkwaardigheid.

Dus

Geen enkel kind is gelijk, (behalve in zijn diepste wezen).
Het dient dus een individuele aanpak te krijgen.

Menig kind wordt niet voor vol aangezien en daardoor dikwijls onvoldoende serieus genomen wanneer het zijn mening geeft, een keuze maakt of een wens uit.

Het kind dient respectvol benaderd te worden. (Ga met het kind om zoals je met je beste vriend of vriendin om gaat; toon het net zo veel respect en acceptatie.)

Er wordt niet of nauwelijks “actief” geluisterd * (lees: “Luisteren naar kinderen” van Thomas Gordon).

Soms is het mogelijk het kind naar het volwassen bewustzijn op te trekken (het kind is immers kind en volwassene tegelijkertijd)

en ruimte te geven aan de eigen verantwoordelijkheid voor wat het als wezenlijk ervaart (alleen regels van huiselijke aard zijn zeer belangrijk voor hen deze geven houvast in het leven; dus regels als: op tijd naar bed, je bord leeg eten, niet van tafel lopen, enz.).

Hen helpen te leren leven vanuit hun innerlijke kern, door hen te accepteren zoals zij werkelijk zijn.

Wij zijn het middelpunt in ons leven.

Door hen aan te moedigen te uiten wat zij voelen en te zeggen wat zij denken

(Wij kunnen als volwassene wel aangeven hoe zij iets kunnen zeggen over hoe zij iets zeggen maar niet over wat zij zeggen; dus alleen over de manier waarop zij hun gedachten en mening naar buiten brengen kan de volwassene hen leren
zich aan te passen volgens algemeen geldende normen bijvoorbeeld niet vloeken; met twee woorden spreken enzovoort).

Wat is dan leren?
Een kind heeft van naturen behoefte om te leren.
Elke stap die het zet is leren.

Wat verstaan we eigenlijk onder leren?
Lering ontstaat wanneer de omgeving zich vanuit belangeloosheid en liefdevol richt op het kind.

Liefdevol zijn vindt plaats in gradaties.

Ieder mens dus ook ieder kind wil belangeloze liefde ervaren.
Dat wordt bijna nog niet gekend op aarde.

Echter heel soms ontmoet je iemand die echt geïnteresseerd in je is.

Dat voelt als een warme hand om je hart. Deze mensen kom je nog heel weinig tegen.

Of men richt zich op je vanuit formaliteit, of je voelt dat het is om bv zelf aardig gevonden te worden, of het is een soort beleefdheidshouding die eigen gemaakt is,
die werkt voor hen of vanuit schuldgevoel misschien zelfs angst.

Maar werkelijk belangeloze liefde naar de ander wordt bijna nog niet geschonken.

We hebben echter allemaal dieperliggende herinneringen aan belangeloze liefde. Natuurlijk, want onze oorsprong zit diep in ons weten.

We zijn er dan ook steeds naar op zoek, want we zijn de verbinding met deze liefde in ons dikwijls kwijtgeraakt.

We zoeken daardoor allemaal naar deze liefde op aarde.
Als je goed kijkt komt de zoektocht naar liefde in alle facetten van ons leven terug.

Het heeft allemaal te maken met de zoektocht naar werkelijke onbaatzuchtige liefde.

Wanneer een kindje geboren wordt leeft het in de aardse sfeer, maar er is nog heel veel in het kind gericht op de geestelijke sfeer waar het pas van afkomstig is.

Dat is nog maar heel tijdelijk.
Aarding ontstaat door de ervaringen en inzichten die dit kind krijgt met de materiële wereld en met de aardse problemen.

Je kunt van pas van werkelijke aarding spreken wanneer je je inzichten verbindt met de aardse werkelijkheid.

De mensen die vooral rationeel met het leven en de aarde bezig zijn, zijn mensen die niet geaard zijn.

Zij hebben zichzelf alleen geïdentificeerd met de materie.

Als de volwassene egocentrisch is, dus niet egoïstisch, als je helemaal alleen met jezelf bezig bent en daar de kinderen in meeneemt, dan kan het kind zichzelf niet herkennen en dat blijft een mens die alleen meegaat met de lijn van de volwassene.

Maar wie is dat kind nu zelf.
Het kind dat niet zichzelf kan worden wil vaak weer terug naar de geestelijk wereld waar de warmte en liefde is waar het zo naar verlangt.

Het kleine kind ervaart de geestelijk wereld nog vaak en heel veel.

Juist kinderen die nog veel contact met de geestelijke wereld hebben, voelen zich daardoor verschrikkelijk eenzaam.

En hoe uit het zich dan hierbij?

Een van de symptomen is passief gedrag.

Aan passief gedrag liggen gevoelens van eenzaamheid ten grondslag. (ga verder naar de volgende kolom)

[/cryout-column] [cryout-column width=”1/2″] Het nieuwe onderwijs zou dan ook als basisuitgangspunt moeten hebben
dat wat reeds slapend in het kind aanwezig is, geactiveerd dient te worden
om het daarna in de praktijk te kunnen brengen.

Gartner heeft het dan ook over 9 intelligenties, anderen over 12.

Dit is onderwijs waarin als uitgangspunt wordt genomen dat een kind zichzelf laat ontplooien.

Er wordt hierbij niet opleggend gewerkt door volwassenen.
Zij stemmen zich af op het niveau dat het kind aangeeft is dus niet dwingend.

Kinderen van nu zullen steeds meer zelf doende zijn, zelfondernemend, zelfverkennend.

Hiervoor zullen leerkrachten de ruimte dienen te geven in het aanbieden van de leerstof.

Kinderen van nu zijn zo verschillend dat sommige zaken geënt zullen dienen te zijn op de werkelijke leeftijd van het kind en andere zaken zullen hun leeftijd zelfs ver te boven kunnen gaan.

Leeftijden zullen meer en meer verbonden zijn met de innerlijke ontwikkeling.

Er zullen ook meer kinderen komen die meervoudig ontwikkeld zijn op een zeer jonge leeftijd.

Daardoor zullen deze kinderen onvoldoende ontwikkeling kunnen krijgen
binnen het reguliere, algemene onderwijs van nu.

Kinderen van nu zijn sowieso sneller van begrip.
Zij kunnen vluchtig, maar diepgaand processen doormaken.

Hierdoor is er een verandering noodzakelijk binnen het onderwijs en opvoedingszaken daar deze kinderen vaak leerprojecten krijgen die voor hen geen uitdaging betekenen.

Men zal zich binnen het nieuwe onderwijs overwegend moeten richten op het kind als geestelijk wezen.

Van hieruit zal een afstemming op een dieper niveau volgen.

Binnen deze afstemmingen kunnen dan diverse vormgevingen plaatsvinden.

Deze afstemming schept dan ruimte zodat velen afzonderlijk een eigen weg kunnen gaan.

Het is dus meer de afstemming van de leerkracht die het mogelijk maakt dat het kind zijn eigenheid kan behouden.

Ook al is er een strakke vormgeving.

Wanneer de leerkracht onvoldoende in staat is zijn eigenheid te behouden binnen beperkende omgevingen, dan zal deze ook de eigenheid ontnemen aan het kind.

Ongeacht welke leermethodiek dan ook.

Een beperkende omgeving is een omgeving waarin het kind niet in staat wordt geacht zijn eigen weg te ontwikkelen, maar die wordt aangereikt via hele strakke schematische vormgevingen, zoals methodieken.

Echter ongeacht waar het kind al toe in staat is, is het ook binnen deze beperking mogelijk om het kind zijn eigenheid te laten behouden.

Dit is essentieel binnen spirituele ontwikkeling.

Hoe kan de leerkracht dit bereiken?

Het heeft te maken met daar waar de leerkracht de accenten legt.

Dit valt niet aan te leren, maar het zit in je.
Het is dus zinloos anderen mee te willen nemen in deze overtuiging.

Leerkrachten dienen dan ook voor alles zichzelf te zijn.
Zichzelf te geven binnen de mogelijkheden die zij zelf hebben.

In hen is menigmaal karma werkend in relatie tot het kind, in relatie tot de omgeving, in relatie met de ontwikkeling van de tijd, waarin we nu staan.

Door deze beperking dienen we als het ware ondergeschikt te zijn aan het resultaat.
Deze staat in verband met de eisen van de school.

De leerkracht dient zijn eigen kwetsbaarheid, zijn eigen beperking, zijn eigen schijnwaarden onder ogen te zien.

Dit houdt in dat de leerkracht in staat moet zijn zelfonderzoek te verrichten.

Hij dient te accepteren wat hij in zichzelf vindt en van daaruit zichzelf wensen vorm te geven op een wijze die hem eigen is.

Wanneer hij hiertoe in staat is, zal hij ook vorm kunnen geven binnen de beperking van methodieken op een wijze die geschikt is voor de kinderen van deze tijd.

Één van de kenmerken van deze mensen is dat ze ingesteld zijn op de eigen intuïtie.

Dus ook dient de leerkracht zich te laten leiden door de eigen intuïtie.

Hierdoor zal er in het kind herkenning ontstaan waardoor je eerder zal komen tot een diep gelegen contact en een verfijning in handelen naar beide kanten toe.

Dus wanneer de leerkracht in staat is, zijn eigen wezen te vervullen en deze zodanig serieus te nemen en vorm te geven in zijn eigen leven, dan zal deze leerkracht een volmaakte leerkracht zijn in welke omstandigheid dan ook.

We hebben dan ook geen nieuwe scholen nodig.
Ook zullen we onwilligen niet moeten wensen te overtuigen.

Wel zullen we ons meer en meer af moeten gaan vragen:
”Wie vertrouwen we onze kinderen toe?”

Wat moeten we dan gaan doen met het onderwijs in de toekomst?
In het onderwijs worden van uit hogerhand onderwijsprogramma’s gebracht.
Dat is ook nodig. We kunnen niet ineens met rekenen ophouden.
Maar wanneer dit het enige is wordt de boodschap die het kind te brengen heeft op deze manier afgesloten.
Ik denk dat we allereerst rust moeten gaan brengen in deze nieuwe tijd in het onderwijs, in het kind.

En we moeten goed gaan luisteren. Er zijn al heel veel initiatieven.
Maar het lijkt of het niet van de grond komt.
In de praktijk kan het maar niet verwerkelijkt worden.

Er zijn veel kinderen van verschillende culturele achtergronden,
ook daardoor kun je heel moeilijk een lijn in trekken.
Doordat we eigenlijk niet doorzetten, omdat we zoveel problemen zien komt vernieuwing niet echt van de grond.

Hoe verandert dat nou?
Wanneer je echt jezelf durft te zijn verandert er al een heleboel.

Dan gebeurt er al zoveel binnen het werken op school.
De leerkracht gaat dieper en zelfbewuster naar zichzelf kijken.
Ook zichzelf zien als geestelijk wezen in de stof en vandaar uit gaat hij staan in wie hij of zij is.
Dan hoef je echt niet gelijk in reïncarnatie te gaan geloven of van alles te veranderen.

Maar er treedt al verandering op wanneer je jezelf eerst bewust wordt en accepteert wat en wie je tegenkomt in jezelf.
Je kan dan niet meer anders dan vanuit dat hernieuwde zelfrespect zo ook naar het kind kijken.

Toch hinken we nog vaak op twee benen en daardoor hebben we te weinig daadkracht.
Of we zijn bang voor sarcastisch gelach van de collega’s, of kritiek van de ouders….
Dus we moeten een andere manier vinden.
Een andere manier waarin je toch jezelf bent, maar zonder dat je daar zoveel negativiteit door krijgt.

Je hebt ook mensen die zeggen het kan me niets schelen, ik ga gewoon door.

Ook dat werkt niet.
Je zult je innerlijk beleven aan moeten passen bij je functioneren.
Dat lijkt simpel, maar dat is een hele klus.
Dus je moet jezelf worden en vooral jezelf durven zijn binnen je werkverband.

Wij worden bij het onderwijs niet gevormd op innerlijke basis, maar eigenlijk op wat je kent, op uiterlijke waarden.
En het moet natuurlijk met beiden.
Niet alleen die mensen die diep innerlijk voelen, zijn waardevolle leerkrachten, ook de kennis is natuurlijk van belang.

Maar we kunnen met ons onderwijs de totale mens niet vormen.
We zouden ook de ontwikkeling van de leerkracht niet alleen ook op kennisvermeerdering moeten baseren, maar ook op de totale mens.
En dat niet alleen van leerkrachten, ook de ouders, de scholengemeenschap.
Heel belangrijk is dat leerkrachten met vreugde lesgeven.

We moeten in het onderwijs zowel het denken als het voelen ontwikkelen.

Wanneer we het denken en voelen namelijk beide
helpen ontwikkelen komt het kind tot een dieper beleven.
Onze leerstof zou hierop meer geënt moeten worden.

Kennis moet geen doel in zich worden, maar een middel worden tot een brede ontwikkeling binnen het totale menszijn.
Wanneer we denken en voelen richten op het komen tot zelfbesef dan kan een mens zichzelf overstijgen.

Je krijgt zelfbesef wanneer je als kind ten eerste herinnerd wordt aan je oorsprong. Daar was je Goddelijk en menselijk tegelijkertijd.

Je krijgt zelfwaardering wanneer je jezelf kunt verwerkelijken naar buiten toen.
Maar dan niet alleen door met wilskracht jezelf te bevestigen,
maar door zelfacceptatie.

Je komt tot zelfacceptatie wanneer je er werkelijk mag zijn, ook met je onhandigheid, met je domheid, met je stotteren, met je halfaf zinnen, met je niet kunnen rekenen, met je ….
Zelfbevestiging kun je namelijk niet aanleren. Dat kan een ander jou niet leren.
Zelfbevestiging wordt gespiegeld naar je.
Wanneer iemand met jou omgaat vanuit gelijkwaardig gedrag kom jij tot zelfbevestiging.

Dus alle opvoeders werk aan je eigen zelfbevestiging en je zult een goed opvoeder worden.

Een mens mag zijn wie hij is vanuit werkelijk zelfrespect.
Dit heeft te maken met liefde.

Het toekennen van meerwaarde aan de een boven de ander is ontkenning van de werkelijke waarde van menszijn.
Het is vertoeven in de stoffelijke aspecten en die meer waarde toekennen.
Dit kan zijn tussen een vrouw of man, bruin of blank, dom of intelligent,
arm of rijk, mooi of lelijk.
Dit zijn allemaal stoffelijke aspecten.
De mens die onderscheid maakt onderkent niet de gelijkwaardigheid van elke mens in zijn eigen zijn.
Daardoor komt hij tot verheffing van zichzelf of iets of iemand anders boven anderen.

Wanneer je een kind leert wie hij werkelijk is dan zal dit hem terugbrengen naar zijn wezenlijke waarde.
Wanneer de ene mens zich boven de ander stelt ontluistert hij de eigenheden die verbonden zijn aan de bijzondere kenmerken van menszijn.

Het is de diepste ontkenning van de menselijke waarde in zijn geheel.
Ieder mens kent deze werkelijk waarden van het menszijn.
Dat zit in ons allemaal.

We weten dus allemaal in het diepste van ons wezen wat deze werkelijke waarden zijn.
Laat dat ons steunpunt zijn.
Als we dit in onszelf en daardoor ook in het kind tot herkenning kunnen helpen brengen; dus het kind brengen bij de wetenschap van zijn eigen waardig zijn,
dan wissen we de meest fundamentele minachting namelijk die naar het eigen wezen toe, uit.

En dan pas kun je komen tot verdieping van mens zijn vanuit je kern.
Dit is waar het nieuwe onderwijs op gebaseerd zou moeten zijn.

Alleen slechts zij die in staat zijn zichzelf zo aan te zien m tot wezenlijke volwassenheid te komen zouden we onze kinderen toe moeten vertrouwen.

Zo leraar zijn vraagt echt meesterschap….!

Reacties zijn gesloten.