14 Ik las op het bord van groep 6: “Ik werdt”

Er is al de hele dag een discussie gaande over het voorstel van Samson om de kinderen al vanaf 3 jaar naar school te sturen. Ook op de Facebook las ik er een artikel over uit de Volkskrant.

Een van de meest gehoorde argumenten is dat de kinderen dan een betere taalontwikkeling zullen krijgen. Natuurlijk geldt dit zeker voor de kinderen uit anderstalige milieus, maar de overigen?
Welke eisen stellen we aan het Nederlands van onze leerkrachten (de goeden niet te na gesproken)?
Hoe vaak ben ik geschrokken van het taalgebruik van sommige (toekomstige) leerkrachten?
Ik herinner me nog een student die het had over “Jassies en jurkies” en tegen een leerling werd gezegd: “Het leg daar”; “Hun hebben het….”; “Dat ken niet”…
Kort voor ik de school definitief verliet zag ik in het handschrift van een leerkracht op het bord van groep 6 staan: ik werdt.
Dan te weten dat groep 6 de groep is waar juist de vervoegingen van de werkwoorden aan bod dienen te komen.
Deze leerkracht weet dus waarschijnlijk niet van zwakke en sterke werkwoorden, verschil in vervoeging van verleden- en tegenwoordige tijd en dat in de tegenwoordige tijd bij “ik” als onderwerp, alleen de stam wordt geschreven.
Als een leerling in mijn groep 6 dit opgeschreven zou hebben zou ik te rade gegaan zijn bij mezelf waarin ik in gebreke zou zijn gebleven.

En nu hebben we het nog niet over sommige leiders of leidsters van kindergroepen die zelf nog gebroken Nederlands spreken.

In gedachten zie ik gezellige moeders met kinderen boodschappen doen met hun dartelende en babbelende zoon of dochter. Dikwijls geduldig antwoord gevend op vele, vele waaromvragen.
Daarbij zullen die kinderen ook de genietende, liefdevolle blikken en knuffels van hun moeders of vaders tussendoor moeten missen. Is dat ook gemeten?

Reacties zijn gesloten.