Discipline en vrijheid

Hoe moet je het kind structuren en regels bijbrengen?
Zonder regels wordt de wereld natuurlijk een chaos en zal ook een kind geen zelfdiscipline ontwikkelen.

Wat is precies een correctie en hoe gaat dit bij een kind in zijn werk?
Een correctie is een handeling van de ene mens met de bedoeling dat de ander rekenschap moet afleggen voor wat hij doet of gedaan heeft.
Hoe gaat dit nu bij een kind in zijn werk?
Een kind is zeer open en ontvankelijk. Daardoor komen op- en aanmerkingen van buitenaf direct en ongefilterd bij hem binnen.

Omdat een kind van nature ondernemend is, heeft het vanuit zijn gevoel contact met zijn omgeving. Als het nu gecorrigeerd wordt wanneer het op ontdekkingstocht gaat dan wordt het afgeremd en als dit dikwijls gebeurt verliest het ‘t contact met zijn innerlijk onderzoekingsdrang.
Het kind gaat proberen zich anders te richten, maar wanneer hierop voortdurend een correctie volgt, raakt het “ontspoord” (wordt opstandig of passief).
Dit kan in een kort tijdsbestek plaatsvinden.

Wanneer ervaart een kind een correctie negatief en hoe moet het dan wel gebeuren?
Een correctie wordt door het kind negatief ervaren als deze kortaf en zonder echte interesse gegeven wordt.
Hoe moet het dan wel gebeuren?
Een kind zal onmiddellijk herkennen of de correctie uit hulpvaardigheid gegeven werd. Het zal dan zelfs om correctie vragen, daar het aanvoelt zo zichzelf te kunnen ontwikkelen.

Dit gebeurt al bij een baby.
Baby’s bemerken zeer goed of er spanningen zijn of hoe de stemming is.
Zij zijn immers helemaal open!
Hoe kan een baby, (volwassen en kind tegelijkertijd), zijn onprettige gemoedsstemmingen duidelijk maken? Het kan immers nog niet praten? Het zal dit alleen aan kunnen geven door te huilen.
Dikwijls wordt er niet werkelijk naar een baby als mens gekeken.
Alleen de materiële zorgen krijgen aandacht en in de wieg ervaart de ziel van het kind zo al, dat wat het voelt en waarneemt, niet echt van belang is.
Hierdoor ontstaat reeds het gevoel van eenzaamheid. iets wat wij allemaal kennen, maar zo leert het kind al in de babytijd zijn gevoelsprikkels af te sluiten.

Hetzelfde gaat ook op voor jonge kinderen, naar wie onvoldoende geluisterd wordt. Zij houden zich terug, worden bang zichzelf te zijn; kunnen daarover niet blij zijn omdat zij keer op keer in hun spontane handelingen worden afgeremd. Zo wordt hun onderzoekingsdrift afhankelijk van anderen gemaakt en het zelfbeeld verkleind. Hun individualiteit wordt van anderen afhankelijk gemaakt.

Het gevolg is dat zij later hun eigenwaarde door vele blokkades heen moeten heroveren. Zij worden later of heel emotioneel of zij proberen op anderen te vergelden wat hen is aangedaan; bang als zij zijn hun identiteit nog meer te verliezen.
Ook hunkeren zij naar aandacht vanuit hun afhankelijkheid.
Bij deze mensen kun je uitersten waarnemen: soms zijn ze aandoenlijk afhankelijk (leuk als ze klein zijn), soms op momenten van onrecht zeer fel.
Als zij ouder worden is het charmante verdwenen en worden zij voor hun omgeving zeer moeilijk.
Sterke gevoelswisselingen zijn hiervan een uiting.
Het kind is bang voor correctie van zijn gedrag, het ervaart dat in zijn beleving als een ontkenning van eigen gedrag.

Door de consumerende belangen in onze maatschappij zijn onze kinderen hierdoor ook als zodanig gevormd. Zij zijn overprikkeld door zaken als computerspelletjes, tv kijken, eisen die hen gesteld worden bij het sporten en op school. Dit is moeilijk ongedaan te maken. Ook de opvoeders lijden hieraan;
daar de natuurlijke onderzoeksdrift in de mens is afgeremd, kan hij al bijna niet meer zichzelf langdurig bezighouden. De kinderen zullen zich, door deze onderdrukking geleid, uiten door een verkapte drang naar vrijheid.
Opvoeders laten dit niet toe.

Zij zouden dit wellicht wel willen, maar zij onderkennen de innerlijke behoefte niet. Wanneer het natuurlijke leefklimaat voor de kinderen als het ware niet opnieuw geschapen wordt, kunnen er moeilijk veranderingen komen.
Toch is het belangrijk dat het kind zichzelf weer kan hervinden.
Buitenspelen, of het vaak buiten in de natuur zijn bijvoorbeeld, bevordert de zelfontwikkeling.

Enkele algemene richtlijnen waardoor het kind geholpen wordt zichzelf te hervinden.
Allereerst dienen wij te beseffen dat elk kind een innerlijk weten bezit.
In eerste instantie heeft het een onbevangen zelfrespect, waardoor het steeds probeert zich te herstellen van een eventueel opgelopen schade.
Dit herstel kan echter problemen in zijn omgeving geven.

Kinderen helpen elkaar vooruit vanuit een innerlijke rangorde, terwijl opvoeders de neiging hebben kinderen terug te houden.
In hun spelontwikkeling is zichtbaar en ervaarbaar wat zij aan eigenschappen voor deze nieuwe tijd bij zich dragen. In het spel ontwikkelen zij ook bij elkaar wat moed is. Bovendien hebben zij diep in zichzelf weet van hun oorsprong en van de opdracht in hun leven. De volwassene heeft deze kennis dikwijls verloren. Kinderen zijn vernieuwing brengers. Daarom zou het goed zij als de volwassenen meer ontvankelijk zouden zijn voor wat kinderen komen brengen.

Ouders zijn immers de beginnende voortbrengers van het nieuwe tijdsbewustzijn dat zich in hun kinderen openbaart. Wanneer wij tijdens het spel van de kinderen goed opletten, kunnen wij veel te weten komen:
bijvoorbeeld: kinderen discrimineren niet; zij zoeken elkaar steeds weer op als zij hierbij niet onder druk worden gezet.

Niet door te corrigeren, maar door te herhalen, kun je als opvoeder inspelen op de natuurlijke herhalingsbehoefte dat in ieder kind aanwezig is (het grijpen naar voorwerpen door het kind en het als ouder steeds weer op de plaats terugzetten).
Door goed te luisteren en te kijken onderkennen en begrijpen we de wensen van het kind.

Reacties bij het niet goed luisteren naar onze kinderen.
Wanneer wij voortdurend niet echt begrijpen wat kinderen wensen (bijvoorbeeld door hen bij het spreken af te kappen) gaan zij op den duur, als zij ouder worden, ook al wanneer zij iets willen, voortaan maar zwijgen, stiekem doen, dwingen e.d.
Tekenen daarvan zijn al op jeugdige leeftijd waar te nemen door het praten met korte, onaffe zinnen, door te huilen, door afgekapte bewegingen of door het zich in gezelschap terug te trekken.

Als baby‘s snel geïrriteerd raken door geluid, stoppen ze op een bepaald moment zelfs met huilen (ze vertonen dan een zekere matheid) en hebben geen open oogopslag meer.
Ongerijmde handelingen van buitenaf kunnen zij niet langer verdragen.

Drie à vierjarigen vertonen een duidelijk beeld van koppigheid en onverzettelijkheid. Het is van belang alert te zijn op zijn bewegingsvrijheid en/of lichamelijke stagnatie, veroorzaakt door beperkende invloeden. Het kind wil duidelijk bewegingsvrijheid.
De koppigheid die het vertoont is dan geïmiteerd autoritair gedrag, nagebootste gedragsregels van anderen. Daarom is het goed er attent op te zijn wie het kind nadoet en hoe vaak! Dit kan ook veroorzaakt worden door sprookjes en/of tv.
Autoritair spreken is uit den boze. Dit remt zelfontwikkeling af, door de weerstand die wordt opgeroepen.
Een ander opvallend kenmerkend gedrag kan zijn het spelen zonder geluid te maken. Soms heeft het monotone spelhandelingen tot gevolg.
Het kind spiegelt dan een kind dat denkt zelf niets te kunnen; uiting van een geest die niet levendig mag zijn.

Vijf en zesjarigen.
Bij hen is van emotionele onzekerheid sprake wanneer zij te veel autoritair benaderd zijn en hun onbevangenheid hebben onderdrukt.
Zij gedragen zich de ene keer zeer luidruchtig, een andere keer zijn ze zwijgzaam.
Door hun luidruchtigheid vragen zij, door alles te vertellen, als het ware om bevestiging.
Daarentegen worden zij stil als anderen hen niet zeggen wat te doen.
Vanuit zichzelf durven zij niet iets te ondernemen.

Anna Lamb-Janssen

Reacties zijn gesloten.