7   Opkomen voor je zelf: Sla d’r op?

 

Mijn 9 jarige kleinzoon komt na het bezoek aan een kinderfeestje bij mij langs.

“Zo, oma”, gromt hij. “Ik heb Nathan een keiharde schop gegeven. Net goed.”

Ik schrik.

“Vertel je me nu dat je op een feestje een ander kind bent gaan schoppen?” vraag ik verontwaardigd.

In mijn hele werkzame leven bij het onderwijs, was slaan en vechten een groot taboe. Toch twijfel ik nu. Mijn kleinzoon heeft een jaar tevergeefs op judo gezeten om assertiever te worden. Hij wilde de andere kinderen daar zelfs niet omduwen. Hij heeft er inmiddels wel wat bijgeleerd, blijkt nu.

“Nathan slaat en schopt me altijd en nu was hij bang van mij. Ha, ha!” lacht hij voldaan.

Ik weet niet wat ik zeggen moet. Wel ben ik blij dat hij nu beter voor zichzelf lijkt op te komen, maar ik vecht ook tegen mijn weerzin t.o.v. vechten.

Ik laat het bij een voorzichtig protest.

Diezelfde avond zie ik een TV-programma over het leven in de Schilderswijk in den Haag.

Een stoere, goed gebekte oma heeft de leiding over een wijkcentrum en zijn bewoners. Dan komt haar kleindochter binnen. “Oma, Robbie slaat me” huilt ze. Waarop oma schreeuwt: “Onmiddellijk een flinke klap teruggeven, nu. En als dat niet helpt, schop je hem”.
Het kind gaat snel de deur uit. Tot slot staat oma op en roept haar nog na: ”En als dat ook niet helpt….bijten!”

Voel ik me hierbij terecht een mietje?

 

Anna Lamb-Janssen

Reacties zijn gesloten.