Over heelbeelden  

— Het bovenste deel (van een bepaalde mandala) vertegenwoordigt gerichtheid op het geestelijke, het onzichtbare. De aandacht lijkt, bij uitzonderlijk sterke gerichtheid op ”boven”, de kans te vergroten niet voldoende in het hier en nu aanwezig te zijn:

Kenmerken: 
lopen op hun tenen als peuter en kleuter,
zetten de voeten als het enigszins kan niet op de grond,
b.v. voeten gekruist over elkaar bij het zitten, 
klagen over koude voeten, 
hebben moeite met stilstaan, 
vallen en struikelen veel, 
slechte concentratie, 
vergeten afspraken en tijd,  
dromerig, e.a.

— Het onderste deel vertegenwoordigt gerichtheid op het aardse. Dit kan ook een te sterke gebondenheid inhouden.

Kenmerken:
weinig aandacht voor de omgeving,
sterk egocentrisch gedrag,
hoofdzakelijk gericht op materiële waarden, e.a.

Reacties zijn gesloten.