Het begin van de Zwangerschap

Zwangerschap

Wanneer een mens wil incarneren heeft een mens drie lichamen nodig;
het astrale lichaam,
het etherisch lichaam en
het stoffelijk lichaam.

In het astrale lichaam worden alle ervaringen opgesla­gen rond onze levensopdracht van dit leven.
Dus eigenlijk is het astrale lichaam in aanvang van het leven nog neutraal; er hebben zich nauwelijks impressies afgespeeld. Wel kunnen angsten of gevoelens van de ouders dan al invloed tijdens de zwangerschap hebben en dus indrukken afgeven in het astrale lichaam. Deze invloeden zijn meestal verbonden met de totale levensopdracht van de komende ziel. Toch zullen onnodige onrust, drukte en diepe emoties het toekomstige leven van het kind onnodig kunnen verzwaren, daar de ziel dan reeds extra belast het aardse leven betreedt.

Gevoelige mensen kunnen soms de aura van mensen zien.

Ik heb een jongetje op school in de klas gehad, dat op een schippersinternaat zat en bijzonder helderziende was. Hij zei mij eens: “juf, ik weet eerder dat iemand zwanger is dan dat ze het zelf weten”. Toen ik vroeg wat hij dan zag vertelde hij dat hij dan een heel mooi wit bolletje onder in de buik bij zo’n vrouw zag. Hij had dit een keer tegen een leidster die zwanger was gezegd en deze keek hem vreemd aan, want ze wist het zelf nog niet eens. Ze bleek later zwanger te zijn. 

Het etherisch lichaam is een geestelijke weergave van het fysieke lichaam, dat gaat komen. In het etherisch lichaam, ervaar je reeds in aanleg aanwezige  blokkades.
Nou moet er bij deze ziel een overeenkomstige energie gezocht worden. Een ziel die van een ander soort ener­gie is dan de eventuele ouders kan niet incarneren.
Ook laten de helpers  zien aan deze ziel wat hij bij deze ouders kan verwachten aan leerstof. Daar kan de ziel wel of niet op ingaan. De ouders sturen tijdens de conceptie, een bundeling aan energieën van beide ouders naar boven afhankelijk van het moment waarin de conceptie plaatsvindt. Een totaliteit aan energieën speelt daarin mee, de gesteldheid van de ouders op dat moment zelf, bijvoorbeeld iemand die ver­kracht wordt en het kind dat daarop af komt. Dan ligt er natuurlijk een andere beladenheid rond zo’n conceptie dan wanneer mensen vanuit liefde een kind vragen om te komen. Dus de energie, het moment waarop de conceptie plaatsvindt bij de ouders is van invloed op de soort ziel die kan komen.

Nu zeggen wel eens mensen: als ik een baby wil ga ik mediteren of zo. Dat is niet wat ik bedoel. Het heeft meer te maken met een dieper liggend bewustzijn in je wezen dat moment en niet of je die avond ervoor wel of niet een borreltje gedronken hebt.

Er zijn zielen die alsmaar niet kunnen incarneren omdat een bepaalde vorm van energie niet aanwezig is; die lang moeten wachten om te kunnen komen.
Afhankelijk dus van het geestelijk bewustzijn van de ouders komt er een ziel op af en kan de ziel incarneren. Er wordt samen met de begeleiders ook naar diverse mogelijk­heden gekeken.
 
De ziel trekt nu energieën naar zich toe om het etherisch lichaam op te bou­wen.
Het ethe­rische lichaam wordt vaak opgebouwd met behulp van voor­ouders, want die zijn verbonden met het energieveld van beide ouders.

Tijdens een uittreding werd mij getoond door een vrouw die volgens mijn waarneming de door mij nooit gekende grootmoeder van mijn vader was, hoe een bepaalde eigenschap die ik me in het nieuwe leven wilde ontwikkelen, in al de familieleden terug kwam. Zij toonde mij een lange rij mensen, waartussen ik diverse familieleden herkende. Er liep een straal door hen heen die bij allemaal via hetzelfde chakra hen ook weer verliet.

 
De begeleiders helpen bij de incar­natie. En wanneer de ouders dat leerproces echt willen aangaan dan staan ook hun begeleiders klaar. Het is niet alleen iets wat de komende ziel en de ouders alleen uitzoeken. Er is een scha­re van begeleiders.

Er wordt dan een nieuw energielichaam opgebouwd, een geestelijk lichaam. Van oorsprong zijn wij geestelijke wezens. Dat is iets wat we eigenlijk steeds meer in het bewustzijn van alledag mee moeten gaan nemen.
Soms schieten de energieën van ouders tekort en keert het kind terug. Daar zouden ouders zich niet schuldig over moeten voelen. Dan krijgt iemand een mis­kraam. Dat gebeurt heel vaak de eerste maand en soms merkt de moeder het niet eens, maar dan passen de energieën niet bij elkaar.

Menig ouderpaar denkt dat zij de oorzaak of zelfs de schuld zijn van een miskraam. Deze zaken liggen veel gecompliceerder dan men denkt. Je kunt beter hulp vragen, dan je te verliezen in schuldgevoel. (Immers, een mens treft pas schuld wanneer hij of zij willens en wetens de ander belemmert in zijn of haar groeiproces. Eerder is er sprake van het maken van een fout en daar leren we van; daar komen we voor.)

Wat gebeurt er met de ziel bij het begin van de zwangerschap? 
Zielen zijn vaak al langdurig aanwezig in de nabijheid van hun ouders. Vaak kunnen mensen die helderziende zijn al kindertjes zien lopen om de toekomstige ouders heen. Soms zeggen bepaalde personen: ik wil geen kinderen, en dan zie je dat ze al aanwezig zijn. Natuurlijk is de vrije wil van de aardse mens altijd bepalend of er een kind komt.

De kinderen zijn reeds in de nabijheid van de ouders om alvast vertrouwd te raken met die ouders en het leefmilieu waarin ze incarneren. Ze ervaren dan ook al het contact tussen de ouders. Ze leren ook hoe die twee communiceren met elkaar. Ze leren zich ook gevoelsmatig af te stemmen op de wijze van contact die mogelijk is tussen beide ouders.

In het allereerste begin na de conceptie tot de derde maand verbindt de ziel zich wisselend met de vrucht. Nou zeg ik dit zo, maar ik heb ook kinderen het lichaam van de moeder zien verlaten waarvan de moeder al langer zwanger was. Dus je kunt dit niet zo absoluut zeggen, maar gemiddeld gesproken is de vrucht na de derde maand definitief verbonden met het lichaam van de moeder, verbonden via het levenskoord; in ieder geval het is levenskoord er al vanaf het moment van conceptie.

De ziel is dan meestal nog steeds volwassen, een volwassen mens, een volwassen ziel. Ouders geven impulsen af naar dit kind dat komen gaat, die direct verband houden met de zielsopdracht van het kind. Heel veel mensen voelen zich schuldig over hun beperkingen en tekortkomingen, maar dit kind heeft je nodig. Jij als ouder hebt met je beperkingen en tekorten een wezenlijk aandeel in het leven van dit kind. Ook jij als juffrouw, broer of zus, als pedagoge, als arts of wie dan ook een relatie met dit kind heeft.

Er zijn ouders die niet kunnen geloven in het contact met hun kind. Anderen voelen dat gewoon al van het begin af intuï­tief aan. Wanneer de ouders dit niet geloven en hier niet op ingaan voelt het kind zich op dat moment een­zaam.
Dat heb ik meerdere malen kunnen waarnemen bij nog niet geboren kinderen.

Ik heb b.v. gezien hoe een kind in de buik van de moeder huilde, zo eenzaam, zo verloren voelde het zich.

Reacties zijn gesloten.