Kinderen en zelfvertrouwen

zelfvertrouwen

Iedere ouder wil niets liever dan dat zijn kind een gelukkig mens wordt. Door je kind te koesteren, zijn eigenwaarde te helpen ontwikkelen en daarna stap voor stap los te laten geef je het een sterke basis mee: zelfvertrouwen. Dat is het fundament waarop het zelf verder kan bouwen aan een gelukkig leven.

Een sterk zelfbeeld heeft meer invloed op een leven dan een hoog IQ. Het blijkt dat kinderen met een hoge eigenwaarde zich beter ontwikkelen, zorgelozer zijn, langer doorgaan met een taak, meer zelfvertrouwen hebben en gelukkiger zijn. Kinderen worden niet met eigenwaarde geboren. Het moet worden opgebouwd tijdens het leven en diep van binnen worden verankerd. Het gaat om een innerlijk weten dat jij bijzonder bent. Zodat je je zelfrespect straks niet laat afhangen van cijfers, bezittingen of de mening van anderen.

Wanneer eenmaal een sterk zelfbeeld is ontwikkeld, zullen de meningen van anderen een kind niet verlammen. Een kind dat vol zelfvertrouwen een taak aanpakt, zal zich door een mislukking niet snel laten ontmoedigen, maar ervan leren. Een kind dat zichzelf accepteert, zal anderen accepteren. Want je kunt alleen maar geven wat je in jezelf draagt. Een kind dat geleerd heeft zichzelf lief te vinden zal daardoor ook liefde schenken aan anderen.
Hoe geef je ze zo’n basis mee?

Laat het kind voelen dat je van hem houdt.
Kinderen hebben liefde, aandacht en lijfelijk contact nodig om zich te kunnen hechten.
Na een paar maanden wil een kind namelijk van je wegkruipen. Om dat te kunnen doen, wil het eerst zeker weten dat er van hem gehouden wordt. Een kind dat veel liefde en aandacht krijgt, voelt zich verbonden met zijn ouders. Het krijgt daardoor het vertrouwen dat mensen aardig zijn en dat de wereld een veilige plek is. Vanuit die basiszekerheid kan een kind op ontdekkingsreis gaan. Het verlangen naar liefde is zowel voor jongens als meisjes van levensbelang. Mannen die met zachte hand zijn gekoesterd hebben later zelfs meer succes in hun werk en relaties, onderzocht psychiater Sebastian Kraemer: “Als je een echte man wilt, behandel je babyjongetje dan als zwak in plaats van sterk; dan zal hij sterk worden. Koester hem als een teer wezentje, vooral tussen de eerste en vijfde maand. Vertroetelen door lieve woorden en veel lijfelijk contact werkt zelfbewustzijn in de hand. Zo wordt een gevoel van eigenwaarde opgebouwd dat zich later uit door innerlijke kracht en niet door bluf of uiterlijk vertoon”.
Wie nooit iets mag, krijgt de boodschap: je kunt nooit iets.

Laat het kind voelen dat het uniek is.
Kinderen worden constant vergeleken met broertjes, zusjes, klasgenoten en hoe jijzelf ooit was. Ieder mens wil gewaardeerd worden om wie hij is. Dat betekent dat ook kinderen het gevoel willen hebben dat ze uniek zijn. Door hen niet te brandmerken: dat heb je van je vader en je oma was ook al zo. Als ze leren dat ze uniek mogen zijn, accepteren ze dat iedereen anders is. Kinderen die zich uniek mogen voelen, ontpoppen zich eerder als leider dan als volgzaam schaap. Ze leren namelijk: ik hoef niet mee te hollen met de massa, ik kan zelf ook een voorbeeld zijn.

Ga ontspannen om met overtredingen.
Als een kind wordt gewaardeerd, leert het: ik ben niet wat ik doe. Ik kan dus een glas omstoten en dat maakt die actie misschien onhandig, maar ik, als mens, ben niet onhandig. Daardoor weet het: ik mag fouten maken zonder dat ik iemand teleurstel. Als een kind verveeld met zijn been tegen de muur schopt, zeg dan niet: “wat ben jij irritant. Stop daar eens mee!”. Op die manier leg je de nadruk op de handeling en doe je ook iets aan het gedrag. Want elk gedrag dat continue wordt herhaald, verandert in een gewoonte. En ingesleten gewoonten zijn moeilijk af te leren.
Feit is dat je als ouder minder snel iets zegt tegen een kind dat lekker speelt dan tegen een kind dat zijn kauwgom laat klappen. Maar niemand kan groeien bij een voortdurende stroom van kritiek. Zorg er daarom voor dat je vaker prijst dan terechtwijst. Complimenten laten je naar de hemel reiken, commentaar laat je kruipen. Geef voor elk punt van kritiek minstens zeven complimenten. Omdat jij als geen ander weet dat kritiek langer blijft hangen dan een vriendelijk woord. (Vanuit spirituele inzichten wordt hier anders naar gekeken. Met het geven van complimenten zeg je eigenlijk: ”Ik weet wat goed is van je” en leg je de beoordeling buiten het kind. Een kind kan bij zelfbeoordeling gebracht worden. Dan krijgt het zelfvertrouwen. Wel kun je iets bewonderen. Maar wees altijd eerlijk. Te veel becomplimenteren, maakt kinderen juist onzeker. Anna)

Zie de zonzijde.
Wil je dat kinderen genieten van het leven? Zorg er dan voor dat jij zelf ook de zonzijde ziet. Kinderen die opgroeien in een positieve omgeving, leren hun zegeningen tellen. Een positieve benadering maakt het verschil tussen een grauw bestaan of een zonnig leven. Houd zelf een dankbaarheiddagboek bij en zie hoeveel jezelf hebt om er gelukkig over te zijn. Vraag elke dag aan tafel: “Wat was het leukste dat je vandaag hebt meegemaakt?”. En vertel ook als ouders wat je die dag blij heeft gemaakt.

Stimuleer mooie gedachten.
Geef kinderen de vrijheid om te ontdekken wat ze graag doen. Stimuleer ze bij elke passie in hun leven. Zij hollen net als wij hun gedachten achterna en dat zijn er volgens onderzoek zo’n 50.000 per dag. Laat ze dus vrij om mooie gedachten, grote dromen en diepe wensen te koesteren; ook al zijn het niet de jouwe of denk je dat ze niet haalbaar zijn. Geef je kind de vrijheid om zijn wensen zoveel mogelijk te volgen, het heeft er een leven lang profijt van.

Geef het goede voorbeeld.
Je eigen leven is het enige opvoedboek dat jouw kind leest. Leef dus zelf het leven dat je je kinderen gunt. Wil je dat ze delen? Doe het zelf. Geef aan de vrouw die met een collectebus aan de deur komt en aan de man met de daklozenkrant. Vraag mensen die onverwacht voor de deur staan een hapje mee te eten. Je eigen gedrag blijft de beste opvoedstrategie.

Laat je kind zelf beslissingen nemen.
Het doel van ouderschap is kinderen leren hun eigen ouder te zijn. Als een kind eigenwaarde heeft ontwikkeld, is het daarom tijd voor een volgende stap: de ontwikkeling van zelfvertrouwen. En daarvoor moet een kind de kans krijgen zelf in actie te komen.
Wie nooit iets mag, krijgt de boodschap: je kunt het niet. Wat blijkt? Kinderen vallen minder, stoten zich minder en raken minder snel gewond als ze alleen op een klimtoestel kunnen spelen dan wanneer zij voortdurend in de gaten worden gehouden. Stel je voor dat jij op je werk de hele dag hoort: “Pas op, zal ik je helpen, lukt het wel?”. Daar zou je toch doodnerveus van worden….
Je kunt overdreven voorzichtig zijn (door je kind altijd uit de buurt van water te houden) of een kind ervan weerhouden nieuwe dingen uit te proberen (omdat jij er zelf bang voor bent). Je kunt het voeden met angst (door te zeggen dat er een boze wolf komt als het niet gaat slapen), het aanmoedigen zich helemaal afhankelijk van jou te maken (omdat het je een lekker gevoel geeft), het bestraffen als het in een boomhut is geklommen (omdat het zou kunnen vallen). Maar een sterk, onafhankelijk mens dat vol zelfvertrouwen de hemel bestormt, wordt het er niet van.
Ieder kind zegt zodra het kan praten ik wil het zelf doen. Dat is niet voor niets. Kinderen blijken minder driftbuien te hebben als ze af en toe iets mogen proberen. Elke geslaagde actie laat het zelfvertrouwen groeien.

Laat het kinderen zorgeloos genieten.
Complimenteer een kind niet alleen met het resultaat, bijvoorbeeld een mooie tekening, maar vooral met de actie: het tekenen zelf. Er zijn kinderen die zichzelf voortdurend opzwepen om maar resultaat te boeken maar intussen vergeten te genieten. Kinderen hoeven niet naar perfectie te streven, ze moeten kunnen lachen, spelen en gek doen. Het gaat niet alleen om cijfers, beloningen en medailles. Het gaat er vooral om eerst kind te mogen zijn. Zonder de constante druk om te streven naar meer, beter, best. Zonder achterom te hoeven kijken. Als je het leven als een wedstrijd ziet, ben je altijd met anderen bezig om je eigenwaarde te bepalen. Kinderen kunnen ons leren hoe prettig het is zorgeloos te genieten. Duw hen dus niet in ons beloningssysteem. Maar zie hoe prettig het is om simpelweg gelukkig te zijn.

Leer het kind het onbekende te omarmen.
Het leven is verandering, kijk maar naar je lichaam, je kleding, je mening. Leer kinderen daarom nieuwe wendingen met open armen te ontvangen, moedig hen aan risico’s te nemen en onbekende paden te bewandelen. Externe veiligheid bestaat niet, dat zie je bij een kredietcrisis. Ga dus met je kinderen voor innerlijke zekerheid, het gevoel dat je alles aankunt. Dat bereik je door kinderen aan te moedigen andere gerechten te proberen, al is het maar een klein hapje. Enthousiast te zijn als ze vragen stellen bij gezag, ook al wordt er aan dat van jou getornd. Plan hun leven niet vol met activiteiten; maar geeft hen tijd zelf op ontdekkingsreis te gaan. Laat hen kennismaken met diverse stromingen: het christendom, de islam, het boeddhisme en het humanisme. Laat hen ervaren wat het is om een wereldburger te zijn.

Durf los te laten.
Onze grootste rijkdom ligt niet in wat we hebben, maar in wat we durven los te laten.
Het gaat er bij het opvoeden om de balans te vinden tussen liefdevol vasthouden en vol vertrouwen los te laten. Loslaten geeft een kind de zekerheid dat het iets kan en dat je als ouder vertrouwen hebt.
Wijs de weg naar een kleurrijk leven en stap dan zelf opzij. Dat doe je door kinderen te stimuleren nieuwe ervaringen op te doen. Zij zullen ervaren dat je steeds andere vaardigheden nodig hebt om iets te bereiken, dat je grenzen kunt verleggen.

Zo help jij je kind om zelfbewust en vol zelfvertrouwen de wereld in te gaan.

(journalist en schrijfster Christine Pannebakker, Happinez nr 2, 2009)

Reacties zijn gesloten.